Praktijkvoorbeelden
Protocol voor de opvang van slachtoffers van een recente verkrachting of aanranding in de regio Rotterdam
/ Mechtild Hoïng Willy van Berlo. Rutgers Nisso Groep, Utrecht, 9 januari 2006
Dit protocol is een samenwerkingsproject tussen de Rutgers Nisso Groep, kenniscentrum Seksualiteit, en CASA, eerstelijnscentra voor seksuele gezondheidszorg, en is tot stand gekomen met subsidie van het Fonds Openbare Gezondheidszorg (Fonds OGZ). Dankzij
bereidwillige medewerking van een groot aantal hulpverleners en functionarissen die in
regio Rotterdam in aanraking komen met verkrachtingsslachtoffers konden knelpunten
kansen in het bestaande aanbod worden gelokaliseerd en kon een aanzet worden gegeven
het stroomlijnen van de eerste opvang. Hopelijk krijgen slachtoffers van een aanranding
verkrachting in de regio Rotterdam hiermee in de toekomst zo snel mogelijk adequate
bij het beperken en verwerken van de gevolgen van deze diep ingrijpende gebeurtenis.
Download het protocol hier [PDF]
Protocol beleidsplan seksuele intimidatie, agressie en geweld
In dit beleidsplan wordt binnen de kaders van het Arbo-beleid de aanpak van seksuele intimidatie, agressie en geweld nader uitgewerkt. In de Arbo-wet is sinds 1 oktober 1994 de bepaling opgenomen, dat de werkgever verplicht is om werknemers zo veel mogelijk te beschermen tegen de gevolgen van bovengenoemde vormen van ongewenst gedrag. Seksuele intimidatie, agressie en geweld berusten op het overschrijden van de grenzen van het individu en worden dus niet getolereerd.
In de praktijk blijkt dat binnen de werksituatie seksuele intimidatie, agressie en geweld zowel vrouwen als mannen overkomt. Uit onderzoek blijkt echter dat het merendeel vrouwen betreft die met seksuele intimidatie, agressie en geweld geconfronteerd worden. Seksuele intimidatie, agressie en geweld doet zich voor zowel tussen cliënten en hulpverleners als tussen medewerkers onderling.
Dit beleidsplan richt zich op de contacten tussen medewerkers, ongeacht hun positie binnen de stichting. Het is van essentieel belang dat het mogelijk is om eventuele misstanden bespreekbaar te maken binnen de organisatie.
De aandacht wordt in dit beleidsplan ook gericht op de preventie van dit ongewenst gedrag. Wanneer seksuele intimidatie, agressie en geweld aan de orde is kan gehandeld worden conform het vastgestelde beleid. Het beleid is om een vertrouwenspersoon als aanspreekpunt en een klachtencommissie aan te stellen.
Introductie van het beleid met betrekking tot seksuele intimidatie, agressie en geweld moet
gedegen gebeuren, zodat ècht iedereen op de hoogte is. Het is ook belangrijk om er steeds
weer aandacht aan te geven zodat men van de mogelijkheid van het zich voordoen van seksuele intimidatie, agressie en geweld bewust blijft.
Download dit protocol.
Lammers, M., Goes A., Van incident tot fundament – Vormgeving en implementatie van beleid rond bejegening, seksualiteit en seksueel misbruik, TransAct / MOVISIE, Utrecht, 2005.
Lammers, M., Brants, L., Veiligheid in de residentiële jeugdzorg – van incident tot fundament – MOVISIE, Utrecht, 2010.
Model-protocol seksueel misbruik van cliënten door hulpverleners
Seksueel misbruik kan een cliënt ernstige schade berokkenen. Een medewerker dient de privé-sfeer van een cliënt te respecteren. Het herkennen en erkennen van dit als 'beroepsrisico' aangeduide gegeven door medewerkers en instellingen kan preventief werken. De afhankelijkheidsrelatie tussen medewerker en cliënt ligt ten grondslag aan dit 'beroepsrisico'.
Ook ander personeel dan direct hulpverlenend personeel valt evenwel onder de reikwijdte van de regelgeving. Daarnaast gaat het niet enkel om clienten, maar ook andere personen die in een afhankelijke positie verkeren, zoals stagiaires. Verder in de nota spreken we over de client.
Genoemd 'risico' vervalt niet bij de beëindiging van de hulpverleningsrelatie, maar kan reeds voorafgaande daaraan bestaan en nog nadien voortduren. Het algemene criterium terzake van seksueel misbruik dat geldt is of er sprake van is dat het welzijn en de lichamelijke en psychische integriteit van de cliënt ondergeschikt worden gemaakt aan de bevrediging van de (seksuele) behoeften van de hulpverlener. Vanzelfsprekend zijn diverse gedragingen door hun duidelijke seksuele karakter niet voor meerdere uitleg vatbaar.
Soms evenwel kunnen vloeiende overgangen bestaan tussen wat wel en wat niet als seksueel kan worden getypeerd. Vooral in die situaties geldt het algemene criterium. De rechten op eerbiediging van de persoonlijke persoonlijke levenssfeer en op de onaantastbaarheid van het lichaam zijn in de Grondwet verankerd.
Download dit protocol
Gewenst beleid tegen ongewenst gedrag: bedrijfsleven - door TNO Arbeid
Ongewenste omgangsvormen zoals pesten, discriminatie, agressie en geweld, vormen een behoorlijke belasting voor medewerkers. TNO Arbeid heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken in kaart gebracht hoe verschillende organisaties op een goede manier vorm hebben gegeven aan beleid rond ongewenste omgangsvormen. Naast voorbeelden van goed beleid geeft de publicatie een overzicht van factoren die van belang zijn voor het opzetten van beleid rond ongewenste omgangsvormen.
Download beleid_ongewenst_gedrag.pdf
Voorbeeld gedragscode tegen ongewenst gedrag en intimidatie - door het LBR
Najat Bochhah van het Landelijk Bureau voor Bestrijding van Rassendiscriminatie stelde in het boek 'Van must tot lust, over de onderbenutting van de werking van gedragscodes' (Rotterdam 2002) een voorbeeld-gedragscode samen: Handleiding voor het maken van een gedragscode tegen ongewenst gedrag en intimidatie.
De voorbeeld-gedragscode is te vinden op de site www.macori.nl
Goede praktijken tegen geweld - Preventie en bestrijding van ongewenste omgangsvormen op de werkplek. Deel 1.
Download bij de site van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hier [PDF]
Goede praktijken tegen geweld - Casusboek - Deel 2
Download bij de site van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hier [PDF]

