Literatuur Politie / Defensie

Literatuur Politie / Defensie

Sexual harassment in a male dominated workplace
/ S. de Haas. -  s.l.: Eburon, 2009. - 109 p. . - ISBN: 9789036739894. - Nederlandse titel: Seksuele intimidatie in een door mannen gedomineerde organisatie. Proefschrift verdedigd aan de Rijksuniversiteit Groningen, d.d. 12 november 2009.

In 2000 workplace harassment was studied in the Dutch police force. In 2006 a similar study was conducted in the Dutch police force and also in the Dutch army. These studies provide insight into the relation between male dominance and sexual harassment and health, and into the impact of policies against sexual harassment. It is shown that women who work in a  predominantly male environment are at risk of sexual harassment. This is mediated by the
presence of male dominated cultural norms. Further, it appears that normative male dominance is not only related to sexual harassment, but also bullying. Sexual harassment has negative health consequences for female and male victims and is difficult to prevent in a male dominated organization.

Sexual harassment and health among male and female police officers
/ Haas, S., de, Timmerman, G., Höing, M. (2009). Occupational Health Psychology,  14, 390-401

The aims of this study were to investigate whether sexual harassment is related to mental and physical health of both men and women, and to explore the possible moderating effects of gender on the relation between sexual harassment and health. In addition, we investigated whether women were more often bothered by sexual harassment than men, and whether victims who report being bothered by the harassment experience more health problems compared to victims who did not feel bothered. A representative sample of 3,001 policemen and 1,295 policewomen in the Dutch police force filled out an Internet questionnaire. It appeared that women were more often bothered by sexual harassment than men, but gender did not moderate the relation between sexual harassment and mental and physical health. In addition, victims who felt bothered by the harassing behaviors reported more mental and physical health problems than victims who did not feel bothered. The distinction between bothered and nonbothered victims is important because appraisal is an essential aspect in the operationalization of sexual harassment.


The impact of sexual harassment policy in the Dutch police force
/ Haas, S., de, Timmerman, G., Höing, M., Zaagsma, M., & Vanwesenbeeck, I. (2010). Employee Responsibilities and Rights Journal

The aim of the present study was to evaluate the outcome of sexual harassment policy in the Dutch Police Force. Using a survey, sexual harassment was measured in 2000 and again in 2006 and we tested whether sexual harassment is associated with the comprehensiveness of policies. To be able to identify divisions with comprehensive policies, we interviewed 29 key persons in semi-structured interviews. It appeared that between 2000 and 2006 sexual harassment did not decrease: neither for women nor for men. Furthermore, the risk of sexual harassment was not lower in divisions that implemented comprehensive policies than in divisions with less comprehensive policies. The results suggest that sexual harassment is a workplace hazard that is very difficult to prevent in male dominated workplaces and implementing a comprehensive policy is not sufficient to prevent this workplace hazard.

Vertrouwenswerk in de groei: de praktijk van de politie
/ M. Nuyens, S. de Vries, S.N.J. van de Bossche. - Hoofddorp : TNO Arbeid, 2002. - 92 p.- ISBN: 9067439584

Het tegengaan van ongewenste omgangsvormen op het werk is al jaren een aandachtspunt binnen de Nederlandse politie. Het aanstellen van vertrouwenspersonen is één van de instrumenten die worden ingezet om ongewenste omgangsvormen tegen te gaan. In eerder onderzoek van het NISSO zijn aanbevelingen gedaan om de effectiviteit van het vertrouwenswerk bij de politie te verbeteren. Inmiddels zijn vele van deze aanbevelingen in de praktijk gebracht. In deze publicatie wordt de huidige stand van zaken rond ongewenste omgangsvormen en vertrouwenswerk beschreven. Wat doet men al, waar loopt men tegenaan, wat helpt en wat hindert? Tevens wordt een groot aantal voorbeeldprojecten besproken. Succesvolle projecten die ook in andere politiekorpsen, en mogelijk zelfs in heel andere organisaties toepasbaar zijn. Het geheel sluit af met een aantal conclusies en aanbevelingen voor de toekomst. Deze publicatie, geschreven voor vertrouwenspersonen binnen de Nederlandse politie, is ook interessant voor vertrouwenspersonen werkzaam in andere organisaties, en bevat veel bruikbare en interessante informatie die kan helpen bij het signaleren en bestrijden van ongewenste omgangsvormen.

Seksuele intimidatie bij de Nederlandse politie: vóórkomen, achtergronden en gevolgen
/ I. Vanwesenbeeck, T. Sandfort, M. Von Bergh. - Utrecht : NISSO, 2000. - 69 p.

Verslag van een onderzoek naar de aard en ernst van seksuele intimidatie onder vrouwen en mannen bij de politie. Bekeken werd hoeveel vrouwen en mannen waarvan precies doelwit zijn, wie seksueel intimiderend gedrag vertonen, jegens wie vooral en in welke delen van de organisatie, welke actie in reactie op seksuele intimidatie ondernomen wordt en welke gevolgen slachtoffers ondervinden in termen van werkbeleving en gezondheid. Data werden verzameld met behulp van een uitgebreide schriftelijke vragenlijst, die werd ingevuld door 2983 vrouwelijke en 3298 mannelijke werknemers bij de politie in Nederland. Daarnaast werden gegevens uit 16 aanvullende interviews gebruikt. Het blijkt dat seksuele intimidatie vooral voorkomt in die delen, werkeenheden en districten van het politieapparaat waar de organisatiecultuur in haar algemeenheid minder mensgericht en minder diversiteitsondersteunend is. In dergelijke culturen worden minderheden, waaronder vrouwen, relatief  veelvuldig negatief bejegend en wordt er relatief veel gepest tussen collega's onderling. Zowel het vóórkomen van seksuele intimidatie als de negatieve gevolgen waar het mee gepaard kan gaan, moeten dan ook binnen deze context bezien worden. Beleid ter bestrijding ervan zal voor een belangrijk deel juist deze organisatorische en  cultuuraspecten moeten betreffen.

Inventarisatie en evaluatie van het beleid tegen seksuele intimidatie binnen de politieorganisatie
/ A. Nieuwstraten, I. Vanwesenbeeck, T. Sandfort. - Utrecht : NISSO, 2000. - 69 p.

Verslag van een inventarisatie van het beleid tegen seksuele intimidatie bij de Nederlandse politie. Bekeken wordt welke beleidsadviezen en -voornemens beschreven zijn in de landelijke adviesnota's en de regionale beleidsstukken van de politiekorpsen, in hoeverre de voorgestane maatregelen  geïmplementeerd zijn en wat de werking van de geïmplementeerde maatregelen in de praktijk is. Informatie werd, behalve uit beleidsstukken, verzameld met
behulp van interviews met medewerkers van de politie en met medewerkers van externe bureaus die gespecialiseerd zijn in omgangsvormen en bij de politie trainingen verzorgen. Er wordt geconcludeerd dat de instelling van een klachtenstructuur een goede stap is geweest, maar dat het flankerende beleid, gericht op de cultuur van de organisatie en op het problematiseren van intimiderend gedrag, tot nu toe onvoldoende gerealiseerd is om de
klachtenstructuur optimaal te laten functioneren.

Periodiek onderzoek ongewenst gedrag binnen defensie. Onderzoek 2 
/ S de Haas, W. van Berlo. - Utrecht : Rutgers Nisso Groep, 2008. - 49 p.

In 2006 concludeerde de Commissie Onderzoek Ongewenst Gedrag binnen de Krijgsmacht (de Commissie Staal) dat ongewenst gedrag, zowel pesten als ongewenst seksueel gedrag, relatief vaak voorkwam bij de krijgsmacht.  Ongewenst gedrag werd binnen de krijgsmacht onvoldoende gesignaleerd en leidinggevenden reageerden over het algemeen niet adequaat op incidenten. Ook de opvang van slachtoffers was niet goed geregeld. In reactie hierop heeft defensie een aantal maatregelen genomen. De belangrijkste vraag is nu of er
twee jaar na het onderzoek van de Commissie Staal minder ongewenst gedrag voorkomt bij defensie. En verder: Wat zijn de achtergronden van het ongewenste gedrag? Welke stappen worden ondernomen naar aanleiding van  ongewenst gedrag? Wat zijn de gevolgen voor slachtoffers? En wat is de context waarin ongewenst gedrag zich afspeelt? Antwoorden op deze vragen zijn verkregen door middel van een schriftelijke enquête onder een representatieve steekproef van het defensiepersoneel. Binnen ongewenst gedrag werden pesten en ongewenst seksueel gedrag onderscheiden. Criterium voor ‘ongewenst’ was dat men het had meegemaakt en er bovendien redelijk wat last van had ondervonden. Daarnaast is gevraagd  naar discriminatie. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn de
volgende. Bij zowel mannen als vrouwen is ongewenst gedrag (pesten en ongewenst seksueel
gedrag) niet significant afgenomen vergeleken met twee jaar geleden. Met andere woorden is in statistische termen geen sprake van een daling.

Omgangsvormen, werkbeleving en diversiteit bij de Nederlandse politie anno 2006
/ S. de Haas, M. Zaagsma, M. Höing, W. van Berlo, I. Vanwesenbeeck. - Delft : Eburon, 2007. - 170 p. . - (RNG-studies ; 10).  - ISBN: 9789059721715

In 2006 is onderzocht in hoeverre de aanbeveling die in 2000 zijn gedaan gedurende de afgelopen jaren binnen de korpsen vertaald zijn naar beleid, en of er sprake is van zichtbare effecten in termen van een afname van ongewenst  gedrag en een verbetering van de positie en werkbeleving van minderheden. Verder wordt de stand van zaken bij de politie vergeleken met andere organisaties. Op basis van de resultaten van het onderzoek en een bijeenkomst met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers en beleidsfunctionarissen uit de diverse korpsen worden aanbevelingen gedaan voor de komende jaren.

'Matras eerste klas': ongewenst seksueel gedrag bij de krijgsmacht en de politie in Nederland - in: Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken
/ S. de Haas, W. van Berlo. - Antwerpen : Garant, 2008. - 131-136 p.

Artikel naar aanleiding van de omvangrijke onderzoeken in 2006 binnen de krijgsmacht en de Nederlandse politie naar seksuele intimidatie.De belangrijkste vraag daarbij was wat de aard en omvang was van seksuele intimidatie binnen deze organisaties. Om een antwoord te krijgen op deze vraag zijn er bij zowel de politie als de krijgsmacht vragenlijsten afgenomen
bij een representatieve steekproef.

Knelpunten van vertrouwenspersonen bij de Nederlandse politie: een inventariserend onderzoek
/ T. Sandfort, A. Kleverlaan. - Utrecht : NISSO, 2000. - 46 p.

Verslag van een inventariserend onderzoek naar knelpunten die vertrouwenspersonen die werkzaam zijn bij de politie bij hun werkzaamheden ervaren. Er werden veertig vertrouwenspersonen geïnterviewd; bij de werving werd getracht een grote diversiteit in de achtergronden te verkrijgen. In de praktijk van het vertrouwenswerk blijken zich uiteenlopende knelpunten voor te doen. Ze hebben te maken met faciliteiten en omstandigheden, met de functie en met verwachtingen van anderen, met onduidelijkheden over de taakuitvoering, met de consequenties die het werk met zich meebrengt, met onderlinge samenwerking en coördinatie, en met de benodigde ondersteuning en het draagvlak. Er worden aanbevelingen gedaan voor het oplossen van de geobserveerde knelpunten.

Created by wit
Last modified 2010-04-20 10:54 AM
Rutgers Nisso Groep
Movisie